Je hebt elke planningsmethode geprobeerd. Bullet journal, app, tijdsblokken, eat the frog, Eisenhower-matrix, getting things done. Elke methode werkt drie weken. Daarna lukt het niet meer. Je denkt dat je het probleem bent. Vaak ben je dat niet. De methodes zijn ontworpen voor een ander type brein.
Wat executive functies zijn
Executive functies is een paraplu-term voor een aantal denkstappen die nodig zijn om iets gedaan te krijgen. Ze klinken simpel en zijn dat voor sommige mensen ook. Voor anderen niet.
- Initieren: een taak beginnen. Klinkt simpel. Voor sommige breinen is het de zwaarste stap.
- Plannen: voorzien welke stappen nodig zijn en in welke volgorde.
- Prioriteren: kiezen welke taak nu belangrijker is dan een andere.
- Werkgeheugen vasthouden: tussendoor onderbroken worden en daarna terug naar waar je was.
- Schakelen: van de ene taak naar de andere overgaan.
- Reguleren: zien wanneer iets niet werkt en bijstellen.
Bij ADHD- en AuDHD-breinen werken een of meer van deze functies anders. Niet altijd slechter, vaak anders. Plannen kan moeilijk gaan, maar onthouden waar je in een complex project zat juist makkelijk. Initieren kan zwaar zijn, maar als je eenmaal in beweging bent ga je urenlang door.
Waarom standaard planning faalt
De meeste planningsmethodes gaan uit van een paar aannames. Dat je elke dag ongeveer dezelfde tijd kunt werken. Dat je taken op een hiërarchie kunt zetten en daar consequent aan vasthoudt. Dat je een blok kunt starten omdat je het had gepland. Dat herhaling rust geeft.
Voor veel neurodivergente breinen klopt geen van deze aannames volledig. Je dagen zijn niet gelijk. Hiërarchie verschuift per dag, soms per uur. Een blok starten op tijd kost je vaak meer dan het blok zelf. Herhaling brandt door demand avoidance heen na een paar weken.
Wat wel werkt
Geen recept. Een paar principes die in mijn coaching vaak terugkomen.
1. Werk vanuit energie, niet vanuit klok
Beschrijf in plaats van "maandag 9:00 tot 12:00 deep work" iets als "mijn ochtenden waarin ik scherp ben, ongeveer twee tot drie keer per week, gebruik ik voor het werk dat denken vraagt". Geef jezelf ruimte om die pieken te herkennen in plaats van ze te plannen.
2. Maak starten kleiner dan de taak
Een taak begint niet met de taak. Hij begint met een drempel. Schrijf je drempel op, niet de taak. Vaak is dat "het bestand openen" of "de eerste alinea lezen". Soms is dat genoeg om binnen te zijn.
3. Werk met visuele ankers, niet met lijsten
Een takenlijst van vijftien items in een app zie je niet meer als je hem dichtklikt. Een whiteboard met drie kaartjes zie je elke keer als je opkijkt. Voor breinen met onbetrouwbaar werkgeheugen scheelt dat enorm.
4. Maximaal drie dingen per dag
Veel mensen zetten zeven tot tien items op een dag en halen er drie. Daar voel je je rot bij. Zet er drie op en haal er drie. Of haal er twee en plan eentje door. Dat geeft een ander gevoel aan een week.
5. Geef jezelf opties
Demand avoidance werkt minder hard als er keuze is. Vier taken waarvan je er twee mag kiezen werkt vaker dan vier die alle vier moeten. Klinkt klein. Maakt voor sommige breinen enorm verschil.
Buffer voor het onverwachte
Iedere week komt er iets bij. Plan een halve dag leeg voor wat je nog niet weet. Als die niet nodig is heb je een halve dag gewonnen. Standaard advies.
In het traject werken we in pijler drie aan een werkweek die past bij jouw brein. Geen template. Eentje die je herkent en die houdbaar is, ook na drie weken.